Cliëntenparticipatieladder

  1. Informeren: de cliënt weet mee.

De cliënt wordt op de hoogte gehouden en goed geïnformeerd. Bij de professionals is er steun voor cliëntenparticipatie, maar er is nog geen sprake van echte betrokkenheid van cliënten.

  1. Raadplegen: de cliënt denkt en praat mee.

De professional bepaalt wat er gebeurt, maar gaat wel actief op zoek naar de mening van de cliënt. De cliënt is een serieuze gesprekspartner, maar de professional verbindt zich niet direct aan de resultaten uit de gesprekken.

  1. Adviseren: de cliënt adviseert en de hulpverlener beslist.

Er is direct contact tussen professional en cliënt. Er wordt actief gezocht naar de mening van cliënten en zij worden expliciet om een oordeel gevraagd. De voorstellen en ideeën van cliënten tellen en de professional verbindt zich in principe aan de resultaten, maar kan bij de uiteindelijke besluitvorming hier (beargumenteerd) van afwijken. Cliënten worden geraadpleegd over specifieke zaken die binnen de kwaliteitsverbetering aan de orde zijn.

  1. Partnerschap: de cliënt beslist mee.

Er is een gelijkwaardige samenwerking waarbij de cliënt haar eigen rol heeft en er sprake is van gezamenlijke besluitvorming met professionals. Cliënten en professionals stellen gezamenlijk vast waarover gesproken wordt. De professional verbindt zich in principe aan de uitkomsten van deze gesprekken.

  1. Regisseur: de cliënt bepaalt en de professional ondersteunt.

De cliënt (of breder: de gemeenschap) bepaalt de doelen en prioriteiten van een activiteit of organisatie. De regie voor de zorg komt primair bij de cliënten te liggen. De professional krijgt feitelijk een adviserende rol.

Bron: Raats et al. (2013).