Inhoudsopgave Integrale Geboortezorg

Voorwoord. 11

Toelichting. 13

Integrale geboortezorg: nog veel open vragen. 14

Redenen voor geboortezorgvernieuwing. 14

Uitgangspunten van integrale geboortezorg. 15

Organisatorische implicaties. 15

Praktische implicaties van integrale geboortezorg. 15

Literatuur. 16

Hoofdstuk 1 De (aanstaande) moeder 19

1.1 Achtergrond. 19

1.2 Samen beslissen. 21

1.2.1 Paradigmaverschuiving. 21

1.2.2 Specifiek aspecten bij integrale geboortezorg. 24

1.3 Communicatie. 26

1.4 Informatie. 26

1.4.1 Informatie voor de (aanstaande) moeder om tot goede besluiten te kunnen komen. 26

1.4.2 Hoeveel informatie kunnen zwangere vrouwen aan?. 27

1.5 Gezamenlijke besluitvorming in de praktijk. 28

1.5.1 Achtergrond. 28

1.5.2 Drie goede vragen. 29

1.5.3 BRAIN-methodiek. 29

1.5.4 Samen beslissen tijdens de zwangerschap. 29

1.5.5 Vier algemene voorbeelden. 31

1.5.6 Zorg op maat 34

1.6 Moeilijke of onmogelijke keuzes. 36

1.6.1 Noodgevallen. 36

1.6.2 Taalbarrière en/of lage gezondheidsvaardigheden. 36

1.6.3 Uiteenlopende persoonlijkheden. 39

1.6.4 Zelf geen keuze willen of kunnen maken. 39

1.6.5 Beperkingen in ‘vrije keuze’ 39

1.6.6 Praktische afwegingen als de (aanstaande) moeder kan zich niet kan vinden in het gangbare beleid. 40

1.7 Zwangerschapsbegeleiding. 41

1.7.1 CenteringPregnancy®. 41

1.7.2 CenteringParenting®. 44

1.7.3 Zwangerschapscursussen. 44

1.7.4 Doula. 46

1.8 Moeder of kind centraal?. 47

1.9 Conclusies. 47

1.10 Opdrachten. 48

Literatuur. 49

Hoofdstuk 2 De kwetsbare (aanstaande) moeder 58

2.1 Gezondheidsverschillen in Nederland. 60

2.1.1 Perinatale gezondheid in Nederland is ongelijk verdeeld. 61

2.1.2 Oorzaken van geografische verschillen in sterfte en morbiditeit 61

2.1.3 Ongunstige omgevingsfactoren. 63

2.2 Sociale verloskunde. 64

2.3 Definities van ‘kwetsbare (aanstaande) moeders’ 64

2.3.1 Vrouwen met psychiatrische en/of psychosociale problematiek. 65

2.3.2 Vrouwen met verslavingsproblematiek. 65

2.3.3 Vrouwen met verstandelijke beperking. 67

2.3.4 Vrouwen met ‘sociale problematiek’ 67

2.3.5 Vrouwen met een migratieachtergrond. 69

2.4 Instrumenten voor vroegsignalering psychopathologie, psychosociale problematiek en middelengebruik  71

2.4.1 R4U.. 71

2.4.2 Mind2Care. 71

2.4.3 ALPHA-NL. 73

2.4.4 Zelftest van het Landelijk Kenniscentrum Psychiatrie en Zwangerschap (LKPZ) 73

2.5 Integrale geboortezorg voor kwetsbare (aanstaande) moeders. 73

2.5.1 Inleiding. 73

2.5.2 Sociale wijkteams. 73

2.5.3 Gerichte zorg voor kwetsbare (aanstaande) moeders. 74

2.6 Blauwdruk psychosociale zorg. 78

2.7 POP-poli 78

2.8 Conclusies. 79

2.9 Opdrachten. 79

Literatuur. 80

Hoofdstuk 3 Het kind. 85

3.1 Inleiding. 86

3.2 Potentieel conflicterende belangen van moeder en kind. 87

3.3 Voedingskeuze. 87

3.3.1 JGZ-richtlijn Voeding en eetgedrag. 87

3.3.2 Borstvoeding. 87

3.4 Landelijke neonatale hielprikscreening. 91

3.4.1 Inleiding. 91

3.4.2 Voorlichtingsmomenten. 91

3.5 Landelijke gehoorscreening. 92

3.5.1 Inleiding. 92

3.6 Rijksvaccinatieprogramma. 92

3.6.1 Inleiding. 92

3.6.2 Vaccinatiegraad. 93

3.6.3 Vaccinatie tegen kinkhoest 93

3.7 De rol van de (aanstaande) ouders. 93

3.7.1 Inleiding. 93

3.8 Conclusies. 94

3.9 Opdrachten. 94

Literatuur. 95

Hoofdstuk 4 Integrale geboortezorg – achtergrond, definitie, doelstellingen en organisatorische aspecten. 97

4.1 Inleiding. 98

4.2 Het reguliere Nederlandse geboortezorgstelsel 98

4.3 Redenen voor geboortezorgvernieuwing. 99

4.3.1 Relatief hoge perinatale sterfte. 99

4.3.2 Veranderend zorglandschap. 100

4.3.3 Risico’s in een nieuw licht 101

4.3.4 Verlies van informatie door fragmentatie van zorg. 101

4.3.5 Toenemende zorgkosten. 103

4.4 Waardegedreven zorg (value-based health care). 103

4.4.1 Triple Aim Programma. 104

4.5 Definitie, doelstellingen en opzet van integrale geboortezorg. 104

4.5.1 Geen verschil tussen ‘integraal’ en ‘geïntegreerd’ 105

4.5.2 Dimensies en niveaus van integrale geboortezorg. 106

4.5.3 Doelstellingen van integrale geboortezorg. 107

4.6 Implicaties van integrale geboortezorg. 107

4.6.1 Persoonsgerichtheid. 108

4.6.2 Populatiegericht 108

4.6.3 Continuüm van zorg. 108

4.6.4 Continuïteit van zorg. 108

4.7 Voorwaarden voor succesvolle implementatie van integrale geboortezorg. 109

4.7.1 Inleiding. 109

4.7.2 Visie. 109

4.7.3 Plan van aanpak. 110

4.7.4 Teamklimaat 112

4.7.5 Het betrekken van het sociaal-maatschappelijke domein. 115

4.8 Implementatiestrategieën integrale aanpak geboortezorg – enkele praktijkvoorbeelden. 116

4.9 Cliëntenparticipatie. 122

4.9.1 Inleiding. 122

4.9.2 Adviesraad van zwangere vrouwen/(jonge) ouders. 123

4.9.3 Samenwerking met de adviesraad van zwangere vrouwen/(jonge)ouders. 124

4.9.4 Knelpunten in het opzetten van een adviesraad van (jonge) ouders. 124

4.9.5 De cliëntenparticipatieladder 125

4.10 Deskundigheidsbevordering op organisatorisch terrein. 125

4.10.1 Inleiding. 126

4.10.2 Lean®-filosofie. 126

4.10.3 Kleurendenken voor organisatieverandering. 129

4.11 Deskundigheidsbevordering op het terrein van communicatie. 130

4.11.1 Inleiding. 130

4.11.2 SBAR-methode. 130

4.12 Voortgang van de implementatie. 131

4.12.1 Cirkel van Deming. 131

4.12.2 Checklist CPZ. 131

4.12.3 VSV-spiegel 131

4.12.4 Participatieladder interprofessionele samenwerking. 132

4.13 Conclusies. 134

4.16 Opdrachten. 135

Literatuur. 136

Hoofdstuk 5 Kwaliteit van zorg. 145

5.1 Inleiding. 145

5.2 Algemene kaders voor kwaliteit van zorg. 145

5.3 Verloskundigenzorg. 147

5.4 Evidence-based denken. 148

5.4.1 Levels of evidence. 149

5.4.2 Wetenschappelijke benadering van complexe vragen. 150

5.5 Wetenschappelijke overzichtsartikelen. 150

5.5.1 Het klassieke overzichtsartikel 150

5.5.2 Systematisch literatuuroverzicht 150

5.6 Evidence-based practice. 151

5.7 Beoordeling van de kwaliteit van zorg: stand van zaken. 152

5.7.1 Inleiding. 152

5.7.2 Definitie kwaliteitsindicatoren. 152

5.7.3 Wettelijke kaders voor kwaliteit van zorg. 153

5.7.4 Professionele kwaliteitsstandaarden. 154

5.8 Kwaliteitsregistraties: algemene doelstellingen. 156

5.8.1 Inleiding. 156

5.8.2 Intern gebruik van kwaliteitsregistraties. 157

5.8.3 Extern gebruik van kwaliteitsregistraties. 157

5.8.4 Beperkingen in het gebruik van gegevens van kwaliteitsregistraties. 157

5.9 Cliëntervaringen met kwaliteit van zorg. 157

5.9.1 Inleiding. 157

5.9.2 De Net Promotor Score. 158

5.9.3 De PCQ Zwangerschap en Geboorte vragenlijst 158

5.9.4 Childbirth Perception Scale (CPS) 158

5.9.5 ReproQuestionnaire (ReproQ) 158

5.9.6 Nijmegen Continuity Questionnaire (NCQ) 159

5.9.7 PROM’s en PREM’s. 159

5.10 Landelijk kwaliteitsregistraties (integrale) geboortezorg. 159

5.10.1 Perined. 159

5.10.2 De Adverse Outcome Indicator (AOI-5) 160

5.10.3 Indicatorengids ‘zwangerschap en bevalling’ 161

5.10.4 Kwaliteitsindicatoren Kraamzorg. 162

5.11 Internationale kwaliteitsregistraties geboortezorg. 164

5.11.1 ICHOM… 164

5.11.2 Europese monitor voor verloskundigenzorg. 165

5.12 Conclusies. 165

5.13 Opdrachten. 166

Literatuur. 166

Hoofdstuk 6 Risicosignalering en risicomanagement 172

6.1 Inleiding. 173

6.2 Risicosignalering in tijd. 174

6.3 Definitie van risico. 175

6.3.1 Risico-informatie met getallen. 178

6.3.2 Communicatie van getalsmatige risico-informatie. 179

6.3.3 Perceptie van getalsmatige risico’s. 179

6.4 Risicocommunicatie en geboortezorg. 180

6.5 Knelpunten in risicosignalering. 181

6.5.1 Lage positief voorspellende waarde. 181

6.5.2 Hoge negatief voorspellende waarde. 182

6.6 Preventieparadox. 182

6.7 Algemene adviezen voor risicocommunicatie. 183

6.8 Risicosignalering en risicomanagement tijdens het geboortezorgtraject. 183

6.8.1 Inleiding. 183

6.8.2 Preconceptiezorg. 184

6.8.3 Risicosignalering tijdens de zwangerschap en rond de bevallig. 188

6.9 Conclusies. 192

Literatuur. 193

Hoofdstuk 7 Geboortezorgprofessionals – competenties, bevoegdheden en taken. 199

7.1 Inleiding. 199

7.2 Verschillende professionele werelden. 200

7.3 Interprofessionele samenwerking. 200

7.4 Beroepsnormen en beroepsprofielen. 202

7.4.1 Interprofessioneel onderwijs. 204

7.5 Voorbehouden handelingen. 204

7.6 De zorgprofessionals. 205

7.6.1 Verloskundigen. 206

7.6.2 Echoscopisten en counselors. 211

7.6.3 Gynaecologen. 212

7.7 Overige medisch-specialistische disciplines die betrokken zijn bij geboortezorg. 218

7.8 Verpleegkundigen. 218

7.8.1 Inleiding. 218

7.8.2 Obstetrieverpleegkundigen. 218

7.8.3 De intensivecare-neonatologieverpleegkundige. 221

7.8.4 De jeugdverpleegkundige. 221

7.9 Kraamverzorgenden. 222

7.9.1.Beroepssprofiel 222

7.9.2 Taken en rollen. 223

7.10 Lactatiekundigen. 224

7.12 De huisarts. 225

7.13 Conclusies. 226

7.14 Opdrachten. 227

Literatuur. 227

Hoofdstuk 8 Professionele verantwoordelijkheid – omgang met klachten, incidenten, complicaties en calamiteiten. 231

8.1 Inleiding. 232

8.2 Waar kan de (zwangere) vrouw terecht als in haar ogen de verleende zorg niet deugt?. 232

8.2.1 Integrale geboortezorg en professionele verantwoordelijkheden. 234

8.2.2 Verantwoordelijkheden van het interprofessioneel geboortezorgteam.. 235

8.2.3 Het eerste consult tijdens de zwangerschap. 236

8.2.4 Prenataal huisbezoek (28-36 weken) 238

8.2.5 Geboortezorg in het ziekenhuis tijdens opname, klinische bevalling en kraambedperiode. 238

8.3 Hoe te handelen bij klachten en geschillen?. 239

8.3.1 Wettelijke klachten- en geschillenregeling. 239

8.3.2 Landelijk Meldpunt Zorg. 240

8.3.3 Aandachtspunten voor de huidige wettelijke klachten- en geschillenregeling. 240

8.4 Hoe te handelen bij incidenten en calamiteiten?. 241

8.4.1 Incidenten. 241

8.4.2 Algemene informatie voor cliënten. 241

8.4.3 Algemene informatie voor zorgprofessionals. 241

8.5 Veiligheidscultuur. 243

8.5.1 Verantwoordelijkheid, vertrouwelijkheid en openbaarheid. 244

8.5.2 Ontbreken van een veiligheidscultuur 244

8.5.3 Angst voor consequenties. 245

8.5.4 Praktische consequenties. 245

8.5.5 Calamiteiten. 247

8.6 Rekenschap afleggen over de geleverde zorg – reflectie op eigen handelen. 248

8.6.1 Inleiding. 248

8.6.2 Maternale sterfte. 248

8.6.3 Perinatale audit 249

8.6.4 Visitatie. 254

8.6.5 Moreel beraad. 255

8.7 Weerslag van een ingrijpend incident op de zorgverleners. 256

8.8 Conclusies. 257

8.9 Opdrachten. 258

Literatuur. 258

Hoofdstuk 9 Het zorgdossier – ICT-toepassingen, eHealth en social media. 264

9.1 Inleiding. 265

9.2 Het zorgdossier. 266

9.2.1 Het perinataal webbased dossier 267

9.2.2 Digitale gegevensvastlegging in het individueel geboortezorgplan. 269

9.2.3 Digitale interprofessionele gegevensuitwisseling. 270

9.3 Eigendom zorggegevens en toestemmingvereisten. 272

9.3.1 Medisch beroepsgeheim.. 272

9.3.2 Eigendom van medische gegevens. 272

9.3.3 Toestemmingsvereisten voor toegang tot zorggegevens. 273

9.3.4 Geen toestemming. 274

9.4 ICT-bronnen in de zorg. 275

9.4.1 EHealth. 275

9.4.2 Patiënten-, cliënten- of zwangerenportaal 275

9.4.3 Keuzehulp. 275

9.5 Digitale informatiebronnen voor integrale geboortezorg. 275

9.5.1 Preconceptiezorg. 276

9.5.2 Zwangerschap en bevalling. 276

9.5.3 Kraamperiode en de periode daarna. 276

9.6 Digitale gegevensdiensten en social media. 276

9.6.1 Inleiding. 276

9.6.2 Zorgmail 277

9.6.3 Populaire berichtendiensten. 277

9.7 Kunstmatige intelligentie. 278

9.8 E-learning. 278

9.8.1 Videoconferencing. 278

9.9 Conclusies. 278

9.10 Opdrachten. 279

Literatuur. 279

Hoofdstuk 10 Geboortezorg – van monodisciplinaire bekostiging naar integrale bekostiging  283

10.1 Inleiding. 283

10.2 Achtergrond. 285

10.3 Basispakketvergoedingen: welke kosten worden gedekt?. 285

10.3.1 Prenataal 285

10.3.2 De bevalling. 287

10.3.3 Kraambedperiode. 287

10.3.4 Ambulancezorg. 288

10.4 Eerstelijnsgeboortezorg – tarieven en prestaties. 291

10.4.1 Bevalling in een geboortecentrum.. 295

10.5 Tweedelijnszorg – tarieven en prestaties. 295

10.5.1 Inleiding. 295

10.5.2 Achtergrond. 296

10.6 Kraamzorg: tarieven en prestaties. 298

10.7 Het integrale bekostigingsmodel 298

10.7.1 Inleiding. 298

10.7.2 Experimenten. 299

10.7.3 Integrale bekostiging als uitgangspunt van geboortezorgvernieuwing. 299

10.7.4 Implementatie. 301

10.7.5 Integrale bekostigingsmodellen. 302

10.8 Juridische organisatiemodellen. 307

10.9 Autoriteit Consument en Markt (ACM). 308

10.10 Conclusies. 308

10.11 Opdrachten. 309

Literatuur. 309

Hoofdstuk 11 Gezamenlijke deskundigheidsbevordering. 310

11.1 Inleiding. 311

11.2 Kennisdomeinen. 312

11.2.1 De werkvloer 312

11.2.2 Bij- en nascholing. 312

11.2.3 Nationale wetenschappelijke onderzoeksagenda. 313

11.2.4 Overige wetenschappelijke onderzoeksprogramma’s. 317

11.2.5 Kennis- en onderzoeksagenda van beroepsverenigingen. 318

11.2.6 Overige kennisdomeinen voor professionals. 321

11.2.7 Kennisplatformen sociale vraagstukken. 322

11.2.8 Buitenlandse digitale kennisdomeinen. 322

11.3 Conclusies. 324

11.4 Opdrachten. 324

Literatuur. 324

Hoofdstuk 12 Integrale geboortezorg – medisch-verloskundige en sociaal-maatschappelijke aandachtspunten. 326

12.1 Inleiding. 326

12.2 Het geboortezorgstelsel 327

12.3 Medisch-verloskundige aandachtspunten: de Big-4 aandoeningen. 328

12.3.1 Inleiding. 328

12.3.2 Aangeboren afwijkingen. 328

12.3.3 Vroeggeboorte. 337

12.3.4 Te laag geboortegewicht 339

12.3.5 Slechte start bij de geboorte. 340

12.4 Sociaal-maatschappelijke aandachtspunten. 341

12.4.1 Manifest ‘1001 kritieke dagen’ 341

12.4.2 Jeugdgezondheidszorg (JGZ) 341

12.4.3 Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) 344

12.4.4 De huisarts. 344

12.5 Conclusies. 344

12.6 Opdrachten. 345

Literatuur. 345

13 Nawoord. 353

Appendix. 353

Appendix A.. 353

Appendix B. 354

Afkortingen. 354

Dankwoord. 356

Register 357